Siergras

Siergras

Lampenpoetsersgras ‘Rupelli’ groeit vrij compact en bloeit rijk en sierlijk

Siergrassen zijn schitterend en beleven al jarenlang een ware zegetocht in tuinen en parken. Daar zijn ze inmiddels onmisbaar door de sfeer die ze meebrengen. Ze combineren heel goed met zowel heesters als vaste planten. Hun succes heeft alles te maken met de vraag naar een beplanting waarin meer valt te beleven dan alleen maar vorm en kleur. Siergrassen zijn niet statisch. Ze bewegen, maken een zacht, ruisend geluid in de wind, de meeste hebben een hoge aaibaarheidsfactor en ze passen in iedere tuin. Altijd. Heel mooi zijn ze in een prairieachtige, zonnige, bloemrijke tuin of border. Ze werken uiterst rustgevend, zeker als de wind er doorheen golft en er ritmische patronen in de planten ontstaan. Als de golven van de zee. Schitterend. Het kan, ook in jouw tuin. Zeker met Pennisetum setaceum ‘Rupelli’, het sierlijke en al vroeg en fantastisch roodbruin bloeiende, ideale, middelhoge lampenpoetsersgras.

Prachtige planten

Pennisetum is een fors grassengeslacht met tientallen soorten die uit heel verschillende gebieden – van Japan en de Himalaya tot Australië en Oost-Afrika – stammen. Het meerjarige lampenpoetsersgras (ook wel borstelveergras genoemd – Pennisetum setaceum waar ‘Rupelli’ een cultivar van is, stamt uit Noord-Afrika en het Nabije Oosten (Syrië, Irak enz). De naam lampenpoetsersgras van dit plantengeslacht is ontstaan doordat de prachtige, zachte, borstelige bloeipluimen vroeger in Oost-Azië werden gebruikt om de glazen kappen van de olielampen mee schoon te borstelen. De oorspronkelijke soort vormt grote, koepelvormige pollen met sierlijk overhangende, lange, smalle, groene bladeren. Die polvormig groeiende plant wordt ongeveer 90 cm hoog. In woestijnachtige gebieden (o.a. Australië, Californië, Arizona, Zuid-Afrika) waar de soort werd geïntroduceerd, gedraagt deze zich invasief doordat hij zich enorm sterk uitzaait. Bijzonder is dat deze soort gemakkelijk steppebranden doorstaat en daardoor in bepaalde gebieden de overhand inde inheemse natuur krijgt. De cultivar ‘Rupelli’ die GroenRijk nu aanbiedt, heeft heel andere eigenschappen. ‘Rupelli’ blijft wat kleiner – maximaal 70 cm hoog – en veel mensen vinden hem mooier dan de echte soort omdat de vele bloeipluimen die inderdaad wel wat op fijne, borstelige flessenragers lijken, crèmewit tot oudroze kleuren. Ze verschijnen vanaf juli en blijven tot ver in de winter aan de planten. Als de herfstzon door de bloeiaren schijnt, vlammen ze in dat lage licht ragfijn op. Een adembenemend gezicht! En dat boven die massa fijne bladeren die in de herfst lichtbruin kleurt.  Ze verdrogen vervolgens en blijven de hele winter aan de plant. Dat levert opnieuw een geweldig effect op  als de vorst er een glinsterend laagje rijp op heeft afgezet. Daarom moet je de oude stengels pas in het vroege voorjaar afknippen als de nieuwe scheuten op het punt staan te verschijnen. ‘Rupelli’ is heel stevig, maar matig winterhard. Je zult er jarenlang van kunnen genieten als je hem op een zonnige, maar wel beschutte plek plant of neerzet, Hij is ook geschikt voor aanplant in potten en bakken. De plant breidt zich langzaam uit.

Uiterst eenvoudige verzorging

Lampenpoetsersgrassen, dus ook ‘Rupelli’, houden van open plekken in de volle, warme zon, maar ‘Rupelli’ verdraagt ook lichte schaduw. Maar plant of zet hem dus wel op een beschutte plek. Verder is ‘Rupelli’ heel makkelijk. Zijn wortels beschermt hij zelf tegen uitdroging door de blader‘rok’ die er overheen hangt. Regenwater wordt door diezelfde bladeren bovendien voor een deel naar het hart van iedere plant en dus naar de wortels geleid. Extra water geven is dus niet zo gauw nodig. Deze grassen verdragen bovendien van nature al aardig wat droogte. De grond moet wel goed doorlatend en redelijk voedselrijk zijn. Geef in het vroege voorjaar, nadat je het oude blad hebt weggeknipt, een  goede organische basisbemesting met bijv. compost, gedroogde koemest of wat beendermeel. ‘Rupelli’ is een prachtige solitair, maar als je ze in groepen plant zijn ze nog indrukwekkender. Plant er dan vijf per vierkante meter.

Mooie combinaties

Het lampenpoetsersgras ‘Rupelli’ gaat schitterend samen met borderplanten zoals sierdistels, Liriope, Miscanthus, Stipa, de bronskleurige reuzenvenkel (Foeniculum vulgare ‘Giant Bronze’) die zichzelf uitzaait, Verbena bonariensis., Echinacea en Agastache. Maak er een feest van kleur van! Je zult merken dat ‘Hameln’ in het geheel van zo’n plantengemeenschap voor rust zorgt. Vooral als de planten in de wind kunnen bewegen, zijn ze op hun mooist.

TIP: De gedroogde pluimen van Pennisetum setaceum ‘Rupelli’ zijn ook prachtig in bloemarrangementen en droogboeketten.

In kort bestek

Het prachtige lampenpoetsersgras Pennisetum setaceum ‘Rupelli’ vormt een sierlijke, ruisende en ritselende bladerheuvel tot 70 cm hoog, met daar bovenuit vanaf juli crèmewitte tot roze, borstelige, flessenragerachtige bloeipluimen die sierlijk wuiven in de wind. Deze robuuste plant is fraai als solitair, maar ook schitterend in groepen en tussen andere borderplanten. Redelijk winterhard, voor een beschutte plek in zon en goed doorlatende grond. Ook in pot.

Kijk ook eens naar de volgende berichten:

Vroeg voorjaar met narcissen

Aan het einde van de winter haal je met de gele trompetjes van de Narcissus 'Tête-à-tête' het voorjaar alvast in huis. Zo hoef je niet lang te wachten om mooie, bloeiende narcissen te zien. GroenRijk verkoopt deze Narcissus 'Tête-à-tête' al in pot.

 

Hoofd in de wolken

De 'Tête-à-tête' is een narcis van ongeveer 15 tot 20 cm hoog met aan iedere stengel twee tot drie trompetjes. Je kunt wekenlang van dit zonnetje in huis g...

Lees meer...
Wat maakt mij éxtra mooi?

Medinilla’s, ofwel trosboemen zijn volgens ons al op zijn mooist. Maar een lichte douche geeft haar wel extra energie. Geregeld lichte nevel verlengt de bloei-periode, die toch al bijzonder lang is. Twee maanden lukt bij iedereen wel en zelfs vijf maanden is geen uitzondering. Die bloeitijd – november tot februari – is echt een sensatie. Per stengel piepen er wel honderden knalroze bloemetjes onder de schutbladen vandaan.

 

Medin...

Lees meer...
Primula, de vroege vogel in de tuin

De bloemstengels van de Primula acaulis lijken enigszins op sleutels. Tenminste als je een sleutel met de baard in de lucht steekt. Dat is één verklaring voor de naam Sleutelbloem. Ook is er de legende die verhaalt over Petrus. Zittend bij de hemelpoort zou hij in het lentezonnetje zijn weggedommeld. Zijn sleutelbos zou daarbij uit zijn handen zijn gegleden. En op de plek waar de sleutelbos de grond raakte ontloken schitterende goudgele bloemen. Maar wat het...

Lees meer...